Het belang van een goede motorische ontwikkeling

13 maart 2017

Het belang van een goede motorische ontwikkeling

 

Onderschatten we het belang van een goede motorische ontwikkeling?

 

Dit belang lijkt steeds meer op de achtergrond te treden. Terwijl het leren van letters, cijfers, lezen en rekenen meer en meer op de voorgrond komt te staan.
De ontwikkeling van de fijne en grove motoriek van kleuters is een belangrijke indicatie voor het verdere verloop van hun schoolcarrière. Een goede motorische ontwikkeling is de basis voor de verdere ontwikkeling van het kind, zowel op lichamelijk als geestelijk en sociaal gebied1.
Kinderen zitten steeds meer, dit gaat ten koste van de motorische ontwikkeling. Thuis worden minder spelletjes gespeeld of geknutseld en op school is er minder aandacht voor het bewegen, waarbij kinderen onvoldoende worden uitgedaagd tijdens klim en klauterspelletjes.

 

Juist de kleuterperiode is erg belangrijk in de motorische ontwikkeling; de symmetrische fase. In deze periode ontwikkelen kinderen zich door met 2 armen en 2 benen hetzelfde te doen. Het springen gaat van een gallopsprong naar een afzet en landing met 2 voeten tegelijk. De bal kan goed gegooid en gevangen worden met 2 handen tegelijk. Ook het tekenen van 2 cirkels lukt tegelijk met 2 handen. Indien een kind niet voldoende de kans krijgt zich te ontwikkelen in de symmetrische fase, zal de gallopsprong op 4 jarige leeftijd nog aanwezig zijn en zal 1 hand stil vallen bij het maken van 2 cirkels tegelijk. Dit betekent dan dat de motorische ontwikkeling achter loopt. Juist het symmetrisch bewegen maakt dat een kind stabiliteit gaat ontwikkelen. Een goede stabiliteit is van belang voor een adequate zithouding (aan tafel, maar ook in de kring) en heeft dus invloed op de alertheid, concentratie en werkhouding.

 

Nog een voorbeeld. Door zowel grof- als fijn motorisch bewegen leert het kind zijn eigen lichaam kennen, ervaren en inzetten tijdens de handelingen. Het lichaamsbesef ontwikkelt zich. Wanneer het kind zich onvoldoende bewust is van zichzelf, is het leren van de ruimte om zich heen nog veel moeilijker. Het aanleren van de ruimtelijke begrippen zoals voor, achter, boven, onder, tussen, midden, schuin hebben totaal geen betekenis als het kind dit niet eens van zichzelf weet. Op het moment dat deze basis (eigen lichaam en de ruimtelijke begrippen) niet beheerst wordt, wordt het een hele uitdaging om tot adequaat schrijven te komen.

 

Na de kleuterperiode, komt de lateralisatieperiode. Ook wel de links/rechts samenwerking genoemd (leeftijd ongeveer eind 6 jaar / begin 7 jaar en ouder). De samenwerking van de handen ontwikkelt zich, waarbij de handen niet meer hetzelfde doen maar elkaar juist ondersteunen in de taak. Er is een voorkeurshand (werkhand) en een steunhand aanwezig. In deze periode moeten de kinderen ook de middellijn kunnen kruisen. De rechterhand moet gemakkelijk iets aan de linkerkant van het lichaam kunnen pakken en andersom, zonder dat het lichaam moet roteren of verschuiven. Ook moeten de armen en benen tegengesteld bewogen kunnen worden en is dit dus de periode waarin touwtje springen, veters strikken en schrijven pas echt ontwikkeld kan worden. Voor de jonge kinderen in groep 2 zullen bovengenoemde vaardigheden dus vaak te vroeg worden aangeboden, waarbij de motorische ontwikkeling nog niet voldoende rijp is om de vaardigheden van het kind te mogen verwachten. Dit kan verschillende gevolgen hebben als compensatiegedrag, vermijdend gedrag, ontwikkelen van faalangst.

 

In groep 3 zullen kinderen die moeite hebben met het kruisen van de middellijn veel schuiven op de stoel tijdens het schrijven en problemen krijgen met het schrijven van zinnen. Ook het traplopen is een mooi voorbeeld voor kinderen die moeite hebben met de links/rechts samenwerking. Zij zullen namelijk sneller geneigd zijn om de voeten bij te zetten op de traptreden en niet door te stappen tijdens het lopen naar beneden.  Zij zullen ook minder dynamisch zijn in het bewegen en vaak wat meer moeite/’angst’ ervaren tijdens vaardigheden als klimmen en klauteren.

 

Conclusie:
Ja, we onderschatten het belang van een goede motorische ontwikkeling, het is de basis om je als kind verder te ontwikkelen en daar zou meer aandacht en probleemsignalering voor moeten komen.

 

Aangezien ik mij als kinderoefentherapeut sterk wil maken voor meer aandacht en probleemsignalering ben ik altijd bereid uw vragen daarover te beantwoorden.

 

Carlein Gerritsen Mulkes, kinderoefentherapeut

 

1  https://www.sciencedaily.com/releases/2016/10/161013155405.htm